Het land van de zeemeermin

Het verhaal

Er is een grote vissershaven in Westenschouwen en de vissers worden overmoedig en wreed.

Op een dag vangen ze een zeemeermin. (Zeemeerminnen kwamen in de Middeleeuwen nog voor, nu zijn ze uitgestorven)

De zeemeermin smeekt om vrijlating, maar de vissers lachen haar uit en nemen haar mee. Zo’n prachtig wezen laat je toch niet gaan…

Uit de zee klinkt een stem als een echo van haar leed. De vissers zien een zeemeerman met een kind in de armen. De zeemeerman zwemt met het schip mee en komt bij de haven.

De zeemeermin is stervende en probeert haar man en kind te zien. De zeemeerman strekt zijn armen naar zijn vrouw uit en roept tegen de mensen: “Laat mijn vrouwe gaan!”

 De vrouwen en mannen lachen, in Westenschouwen is geen plek voor medelijden. .

De zeemeermin sterft…

Dan zwemt de zeemeerman tot vlak onder de kust, de haven in. De mensen gaan naar het strand, want ze willen niets missen van zijn verdriet. De bewoners vermaken zich uitstekend, maar de zeemeerman heeft geen boodschap aan de honende lach van de mensen. De mensen beseffen niet welke kracht zijn wapens hebben, hij gooit wier en zand in de geulen en ondiepten. Dan spreekt de zeemeerman een vloek uit over Westenschouwen:

‘Westenschouwen, ’t zal u berouwen

dat ge heeft geroofd mijn vrouwe,

Westenschouwen zal vergaan

alleen de toren zal blijven staan’

De zeemeerman zwemt weg en keert nooit terug. Winden en stormen drijven het zand en wier op en de mensen vluchten uit hun huizen. De huizen storten in, maar de toren blijft bestaan.